Zestiger jaren (en de LS3/5a)

Aan de kern van de ontwerpfilosofie van het nieuwe bedrijf lag het idee om synthetische materialen voor het diafragma en de surround van de drive units te gebruiken. KEF’s eerste luidsprekerontwerp, de drieweg K1, was dan ook uitgerust met drive units verstijfd met behulp van folie, vacuümgevormd diafragma’s van polystyreen en de geheel nieuwe T15 tweeter met een diafragma van Melinex (ook bekend als Mylar in de VS, en als Hostophan in Europa) – een ‘state-of-the-art’ dunne maar sterke film van polyester. Deze doorbraken brachten inspiratie voor veel nieuwe producten, waaronder de Celeste, een innoverend en compact tweeweg ontwerp - de eerste echt kleine hifiluidspreker. Deze luidspreker werd een enorm commercieel succes, en dit zorgde voor de financiële levensvatbaarheid van het jonge bedrijf. Halverwege de jaren zestig was er een uitgebreide reeks producten van KEF verkrijgbaar voor alle toepassingen, zoals de Portable Celeste - een utiliteitsluidspreker bedoeld voor scholen en instituten. Daarnaast waren er de K1 en K2 klankkasten, die klanten in hun eigen kasten konden inbouwen of ‘in-wall’ in de muur konden bevestigen met behulp van specifieke instructiefolders.
 
Cooke vervolgde zijn werkrelatie met de BBC toen KEF de exclusieve productierechten van de LS5/1A monitor ontving, een systeem waarvoor de nauwkeurige benadering van KEF ten aanzien van productieconsistentie zeer geschikt was. Om luidsprekers met een nog betere geluidshelderheid te ontwikkelen, benutte KEF de intrinsieke kwaliteiten van neopreen, een synthetisch rubber. Dit werd gebruikt voor het vormen van de surround van het luidsprekerdiafragma, om zo de geluidskwaliteit van het middenbereik te behouden.
 
Medio jaren zestig werd er gewerkt aan een nieuwe bas/midrange unit. Voor het diafragma gebruikten Cooke en zijn ontwikkelingsteam een compleet nieuw materiaal – bextreen. Dit was een lichtgewicht acetaat plastic plaat, verkregen uit hout pulp. Later werd dit door de BBC overgenomen voor de bas en midrange drivers van de LS5/5 monitor. Naast het hebben van de juiste mechanische eigenschappen, is bextreen ook stabiel genoeg om bij typische schommelingen in temperatuur en vochtigheid te blijven presteren. Tot slot produceerden bextrene woofer conussen een consistent geluid over een grote bandbreedte. Opgeteld zorgden de kwaliteiten ervoor dat bextreen in de daarop volgende jaren wijdverspreid werd overgenomen door andere luidsprekerproducenten.
 
In 1967, na een periode van intensief onderzoek en ontwikkeling, bracht KEF een nieuwe 5 inch bas/midrange unit (B110) op de markt. Deze unit werd geleverd met een ¾ inch melinex dome tweeter (T27). Een grotere 8 inch bextrene bas unit (B200) volgde in 1970. De complete reeks KEF drive units gaf de ontwerper een grote flexibiliteit. Ze werden dan ook in verschillende combinaties toegepast in de miljoenen luidsprekers die door KEF in Maidstone, en door vele andere producenten wereldwijd, werden geproduceerd. De B110 en T27 werden door KEF gebruikt in het nieuwe Cresta boekenplank systeem en door de BBC in de kleinere maar akoestisch geavanceerde LS3/5 luidspreker. Deze broadcast monitor voor buitengebruik leidde in 1975 tot de verbeterde LS3/5A – zonder twijfel het belangrijkste resultaat van KEFs samenwerking met de BBC. Dit opzienbarende product werd de nieuwe ‘BBC Standaard voor Luidsprekers’, en heeft sindsdien een bijna mythische status verworven bij audioliefhebbers.
 
Ook het Carlton monitorsysteem werd in 1967 geïntroduceerd. Het maakte gebruik van de nieuwe M65 midrange unit, een zeer geavanceerd ontwerp met een 2,5 inch bextrene dome, die aan de achterzijde akoestisch geladen wordt door een 33 inch akoestisch gedempte flexibele buis. De drieweg Concerto verscheen in 1969 ten tonele. Hiermee kwam high-end prestatie, in een aantrekkelijk pakket, op de mainstream luidsprekermarkt.
 
Gedurende de tweede helft van de jaren zestig hielp het kleine maar getalenteerde ontwerp- en productieteam, (waaronder Malcolm Jones – die later Falcon Acoustics, leverancier van luidsprekeronderdelen, zou oprichten), mee om Raymond Cooke’s engineering visie tot werkelijkheid te maken. In 1968 werd dit team uitgebreid met Laurie Fincham, voormalig hoofd engineer bij Celestion en Goodmans, en wie belangrijk was voor de verdere ontwikkeling van de technische expertise van KEF in de jaren zeventig en tachtig.